Tekst gesproken door Kees Touw tijdens de presentatie van het boekje/schrift de Grens, die Grenze, la Frontière op 29 maart 2026 in Walgenbach Art & Books, Gouwstraat 56c, Rotterdam.

 

Dichterbij de ganzenveer dan bij ChatGPT

 

    Om welke reden dan ook. Ineens is er een idee. Dan blijkt het een nogal complex idee. Te complex misschien om geschilderd of getekend te worden. Dus dat ging niet door. Video zou een mogelijkheid zijn, maar ervaring in het maken daarvan heb ik niet. Ook hier ging een streep door.

    Het idee zou misschien het best in woorden te vatten zijn. Maar dan ben je er nog niet. Stel dat het een aanvaardbaar en logisch verhaal, of misschien zelfs een goed verhaal wordt, dan begint het pas. Dan moet er een productieproces op gang komen. Had ik daar zin in? Antwoord: Nee. Ik wil alles zelf in de hand houden. Na al dat wegstrepen bleef er het zogenoemde kunstenaarsboek over. Hoe moet dat dan eruit gaan zien?

    Een definitie van wat een kunstenaarsboek is of moet zijn is moeilijk te geven. Frans Haks begon in 1966 met het verzamelen van kunstenaarsboeken. Hij deed dat in zijn rol als bibliothecaris van de Universiteitsbibliotheek van Utrecht. Hij mocht wel boeken aanschaffen maar geen kunst.

    De vraag bleef: was wat hij aanschafte nu een kunstwerk of een boek. Eenmaal in de bibliotheek moest het toch gecatalogiseerd worden. De oplossing werd gevonden door het bij de 'rariora' onder te brengen. 'Rariora' moest ik opzoeken. Het bleek Latijn en te vertalen met zeldzame zaken. 'Rariora' zijn voor de bibliotheekwereld zeer zeldzame boeken, merkwaardige dingen of voorwerpen die nergens ondergebracht kunnen worden.

    Haks had moeite en zelfs een afkeer om tot een definitie van een kunstenaarsboek te komen. Hij zei daar zelf over: 'Kijk, als een kunstenaarsboek iets is wat gebonden is dan vallen de ringbanden af. Aan dat soort onzin heb ik geen boodschap.'

Na het vertrek van Haks werden er geen kunstenaarsboeken meer gekocht. Zijn collectie is uiteengevallen. Er is in 2003 nog wel iemand afgestudeerd op de gereconstrueerde collectie van Haks.[1]

    De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag verzamelt kunstenaarsboeken. Een mooi voorbeeld in de collectie is The Invisible Book van Elisabeth Tonnard. Een onzichtbaar boek. Het bestaat als concept, als idee. Het had een oplage van 100 exemplaren die in 2012 te koop waren voor zegge en schrijven nul euro per stuk. De eerste oplage was in één klap uitverkocht. De Koninklijke Bibliotheek viste achter het net, zodat ze genoegen moest nemen er een aan te schaffen van de tweede oplage. Het onzichtbare boek kan in de studiezaal aangevraagd worden. Je krijgt een bonnetje als je het hebt aangevraagd. Dit is toch net een stapje verder dan het boek Wit van Herman de Vries. Een boek met lege bladzijden. Maar zijn boek kan je tenminste nog vasthouden.

    Mijn boek, liever gezegd schrift, getiteld: de Grens, die Grenze, la Frontière is zélf de grens. Het staat op de grens van twee disciplines: die van de beeldende kunst en het boek. Het accent meer op beeld dan op taal.

    Voor degenen die mij niet of niet goed kennen. Ik ben opgegroeid aan boord van het schip van mijn ouders. Zij vervoerden verschillende soorten lading in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk. De eerste acht jaar van mijn leven was ik twee jaar en 10 maanden niet in Nederland. Ik was één jaar en 10 maanden een vreemdeling in België. 253 dagen was ik als vreemdeling in Frankrijk en 116 dagen vreemdeling in Duitsland. De rest van mijn leven heb ik als vreemdeling in Rotterdam gewoond.   

    Dit schriftje De Grens / Die Grenze / La Frontière is een soort verslag van de 266 keer dat ik van 1946 tot 1954 een grens passeerde. Het passeren van een grens met een vrachtschip was vroeger een ingewikkelde en tijdrovende gebeurtenis. Er moesten verschillende administratieve handelingen plaatsvinden. Alles wat aan boord was moest op vooraf ingevulde formulieren staan.

Ik zal een voorbeeld geven. In de vakantie voer er wel eens iemand mee. Dan was er maar één fototoestel opgegeven, het toestel van mijn vader, maar bleken er twee aan boord te zijn. 'Zeg schipper, dat klopt niet hè.' Eigenlijk kon er altijd wel iéts gevonden worden. Dat maakte elke grensovergang spannend.

    Soms werd er gedeeltelijk de lading verwijderd, putmaken werd dat genoemd, om te controleren of er iets verstopt was. Bij los gestort goed als granen, zand en grind werd ook wel de prikstok gebruikt. Een meterslange rond-ijzeren staaf. Ook de roef, de woning dus, werd onderzocht. En het personeelsverblijf. (Nou ja, personeelsverblijf, ik bedoel het vooronder waar de knecht bivakkeerde.)

    Suiker, koffie, sigaren, sigaretten, losse tabak en sterke drank, accijnsgoederen, mochten alleen in beperkte hoeveelheden de grens over. Maar ook voor levensmiddelen waren er beperkingen: denk aan boter en vet. Ook werd er gelet of er dobbelstenen en speelkaarten aan boord waren. In België moest daarvoor belasting betaald worden.

    Meer dan eens gebeurde het dat we echt grondig onderzocht werden. Soms vertrouwden de douaniers het niet of ze hadden gewoon zin om eens in alle kasten te kijken. Alle spullen werden eruit gehaald waarbij het niet zachtzinnig toeging. Soms gingen er dingen kapot. Er werd niets teruggezet. De woning zag er dan uit alsof er ingebroken was. Speelgoed werd ook goed bekeken en betast. Het moet gezegd worden, deze weinig empathische mannen hadden plezier in hun werk. Dat kon een kind zien.

    Wanneer u nu denkt dat dit gelukkig verleden tijd is, dan is misschien goed dat ik u herinner aan de grenzen van tegenwoordig. Uw digitale hebben en houwen, al dan niet in de cloud, zal door de hedendaagse grensbeambten bekeken en betast worden met net zoveel plezier en werklust als die van de grensbeambten in de vijftiger jaren.

    Als herinnering aan mijn grenspassages én een beetje als waarschuwing voor de toekomst, maakte ik vijftien schriften met dertien handgetekende kaarten van de omgeving van de grensplaatsen waarbij de tegenoverliggende pagina’s voorzien zijn van stempels. Evenzoveel stempels als de keren dat die grens werd gepasseerd. Want als er iéts herinnert aan deze tijd is het wel de ongebreidelde lust van het stempelen door grensbeambten. Zelfs als het formulier al vol stond ging de volgende stempel er dwars overheen.

 

 

 

 

 

 

 

 

[1] Anne van der Zwaag, Het kunstenaarsboek als wetenschappelijke bron, Utrecht 2003.